Algemeen: Oppervlakkig gezien lijkt dit insect veel op het zilvervisje Lepisma saccharina L. Hoewel deze beide soorten tot dezelfde familie Lepismatidae behoren, stellen zij toch hele andere eisen aan hun omgeving. De bestrijding van de soorten is totaal verschillend. Het ovenvisje kan leven in een relatief droge, vrij warme omgeving; het zilvervisje geeft de voorkeur aan meer vochtige omstandigheden.
Uiterlijk: Het ovenvisje is een vleugelloos insect dat 10 - 12,5 mm lang kan worden. De kleur is grijsachtig; op de rug komen zwarte en gele schubben voor. Aan het achterlijf bevinden zich drie "staartdraden".
Ontwikkeling: De eieren van het ovenvisje hebben voor de ontwikkeling een temperatuur van minimaal 25 graden Celsius nodig. Een temperatuur van 47 graden Celsius gedurende meerdere dagen is dodelijk. Een normale ontwikkeling is mogelijk bij een relatief luchtvochtigheid van 50%. De volwassen exemplaren kunnen bij 32 graden Celsius in een relatief droge omgeving 2 tot 2,5 jaar in leven blijven.
Leefwijze: Het ovenvisje heeft evenals het zilvervisje zijn naam mede te danken aan de snelle kronkelende bewegingen bij het verplaatsen. Men kan het ovenvisje aantreffen op warme, vrij droge plaatsen, maar ook in centraal verwarmde badkamers, toiletten en keukens. Het voedsel bestaat voornamelijk uit koolhydraten en af en toe uit eiwitten. In keukens, maar ook op andere plaatsen in huis bv. op zolders bij de cv-ketel en in boekenkasten is voor deze insecten altijd wel iets eetbaars te vinden. Ze hebben bovendien maar erg weinig nodig.
Schade: Als ovenvisjes in grote aantallen voorkomen, kunnen ze aanzienlijke schade veroorzaken aan o.a. behang, boeken, postzegels, affiches, etsen, en aan producten van synthetisch materiaal, zoals kleding, wandbedekking e.d.