Biologie Emelten en Langpootmuggen (Tipulidae).

Algemeen:
Emelten zijn larven van langpootmuggen. Zij leven in de grond van half vergaan organisch materiaal of van levende plantendelen. Daarbij kunnen de schade toebrengen aan grasland.

Uiterlijk:
Emelten zijn wormvormig met vooral aan het achterlijf een aantal stompe uitsteeksels.
Duidelijk zijn aan het achtereinde van de larven ook de openingen van het ademhalingssysteem te zien. Deze openingen lijken zelfs wel enigszins op ogen.
Langpootmuggen zijn slank en hebben lange poten, waaraan ze hun naam te danken hebben. Ze hebben een v-vormige naad op het borststuk. In Nederland komen vele soorten langpootmuggen voor die in grootte variëren van 15 tot 65 mm . De muggen zijn ongevaarlijk: steken kunnen ze niet want hun monddelen zijn daar niet op berekend.

Leefwijze:
De eieren worden afgezet in grond. Zij kiezen hiervoor grond uit die niet te droog en niet te vast is. Vooral grasland of vergraste percelen zijn aantrekkelijk, maar ook gedeelten waarop veel onkruid staat of andere gewassen die de grond voor een groot deel bedekken, kunnen de ei-afzetting stimuleren.
De jonge emelten voeden zich aanvankelijk met afvalstoffen, maar na enige tijd gaan ze vreten aan de wortels en ondergrondse delen van de planten ter plaatse en ook aan de zich bevindende bovengrondse delen. Nadat de overwintering in de grond heeft plaats gehad wordt de vreterij in het voorjaar voortgezet, die dan dikwijls ernstige vormen aanneemt, doordat de larven groter zijn geworden. De verpopping vindt doorgaans omstreeks juli plaats.

Schade/overlast:
Het voorkomen van emelten in en nabij woningen wordt meestal veroorzaakt door een plat dak of een dakgoot met een sterke mosbegroeiing of een laag balderen, Hier kunnen onder deze omstandigheden grote aantallen emelten tot ontwikkeling komen.
Vooral wanneer de afvoer verstopt raakt waardoor het regenwater stagneert, of bij sterke zonnestraling waardoor het milieu te droog wordt, verlaten de larven de plaats waar zij zich hebben ontwikkeld en vallen naar beneden of komen in vertrekken terecht die onder de ontwikkelingsplaats zijn gelegen.
Ook bestaat de mogelijkheid, dat de volgroeide emelten vanuit de grasmat een plaats zoeken om te verpoppen.


Terug