Algemeen: Muizenplagen worden meestal veroorzaakt door huismuizen. Ze verblijven meestal binnen gebouwen of in de directe omgeving ervan. Ze komen echter ook wel voor in het vrije veld, akkers bijvoorbeeld, van waaruit ze dan in het najaar naar gebouwen trekken.
Uiterlijk:
De rug van deze muizen is lichtbruin tot donkergrijs. De buik is iets lichter van kleur. Bij de huismuis bestaan trouwens nog vele kleurvariëteiten, waaronder de albino's.
Ze zijn erg slank gebouwd, hebben een spitse kop, grote oren, kraalogen en hebben 5 tenen aan iedere poot. De staart is lang en dun en is even lang of net iets langer dan de staart.
Een volwassen muis is 7 tot 10 cm . lang. en heeft een gewicht van 15 tot 30 gram . Een pasgeboren muis is kaal en blind en weegt maar 0,5 tot 1 gram .
Ontwikkeling: Wijfjes krijgen in de leeftijd van 2 tot 12 maanden, gemiddeld 6 tot 10 jongen. De draagtijd bedraagt ongeveer 3 weken. De nestgrootte is gemiddeld 5 tot 6 jongen. De zoogperiode duurt ook ongeveer 3 weken. Na 2 maanden kunnen de jongen al geslachtsrijp zijn. Onder normale omstandigheden zullen de huismuizen ongeveer 1 jaar leven, maar de vermoedelijke maximale levensduur is ongeveer 2 jaar.
De uitbreiding van een populatie is nauw afhankelijk van de nestgelegenheid en de hoeveelheid en kwaliteit van het beschikbare voedsel. Indien een populatie te groot wordt aanzienlijke natuurlijke sterftes, kleinere nestgrootte, emigratie of combinaties hiervan.
Leefwijze: De huismuizen hebben een groot aanpassingsvermogen. Ze zijn uitstekende klimmers tegen enigszins ruwe oppervlakten. Ze springen tot circa 30 cm . hoogte en vanaf circa 1 meter . De reuk is het voornaamste zintuig.
Indien er gevaar dreigt kan deze muis zeer snel reageren. Een voordeel van deze muizensoort is dat ze bijna niet graven en als ze dat al doen, dan vrij ondiep. Ze zijn meestal 's nachts actief, dat kan in woningen soms leiden tot rustverstoringen in huizen. Ze schuwen bewegende vreemde voorwerpen meestal niet.
Voedsel: De huismuis is een alleseter met een duidelijke voorkeur voor granen, peulvruchten, noten, vetrijke spijzen als kaas, vet, boter, spek en dergelijke. Ze eten ook producten met een hoog suikergehalte zoals snoepgoed. Per dag eten ze ongeveer 3 tot 5 gram .
Temperatuur:
De vacht van de muizen past zich aan bij de leefomstandigheden, zo hebben ze in de winter een wintervacht.
Vochtigheid: In tegenstelling tot de bruine rat kan de huismuis enige dagen zonder drinken in leven blijven.
Schuilplaatsen:
Ze schuilen onder vloeren, op zolders, achter beschietingen, boven plafonds, in en onder opgeslagen materialen en goederen
Territorium: Iedere familie heeft zijn eigen leefgebied (territorium) dat verdedigd wordt tegen indringende soortgenoten. Bepaalde mannelijke muizen domineren de lagere rangordes. Indien een verdelgingsactie plaats heeft gevonden kan een territorium vrijgekomen zijn. Deze kan spoedig weer ingenomen worden door een andere muizenfamilie, tenzij tijdig genomen weringsmaatregelen dit voorkomen.
Sporen: De uitwerpselen van de muizen zijn zwart, 3 tot 8 mm . lang en 1 tot 3 mm . dik met vrij spitse uiteinden. Deze uitwerpselen worden verspreid aangetroffen en worden vrij snel hard.
Bij deze muizen is het zo dat ze buiksmeer achterlaten op de plekken waar ze regelmatig langskomen.
Bij aangevreten granen treft men deels gegeten korrels en "grof" gemalen deeltjes aan.
De karakteristieke muizengeur kan zo ook zijn sporen na laten. Vooral bij een grote populatie muizen.
Schade: De huismuizen kunnen ziektekiemen verspreiden, denk maar aan voedselvergiftiging, sporadisch modderkoorts en huidziektes.
Volwassen muizen consumeren 3 tot 5 gram voedsel per dag, dat kan dus ook enige hinder opleveren, omdat ze dat voedsel ergens vandaan moeten halen. De voedselvoorraden bevuilen ze ook met hun ontlasting en urine. Verder kunnen ze knaagschade veroorzaken aan verpakte levensmiddelen, textiel, papier, isolatiematerialen en aan leidingen en kabels. Daar kan het bijvoorbeeld kortsluiting en storingen veroorzaken.
De karakteristieke muizengeur kan voor een onprettige geur leiden en daar kan men last van hebben.
In woningen kunnen de muizen soms de rust verstoren en dat kan erg hinderlijk zijn.
Nut: De huismuizen zijn nuttig als ze niet in de directe omgeving van de mens zijn. Ze dienen dan als "opruimers" en dienen als voedsel voor grotere dieren.
Verspreiding:
Indien een populatie te groot wordt voor het territorium en er dus een tekort aan voedsel en schuilplaatsen ontstaat dan vindt er een emigratie plaats.
Ze kunnen zich ook verspreiden door middel van transporten.
Wering: Door een aantal zaken te regelen kan men al veel muizen weren. Door bijvoorbeeld de ventilatieopeningen van de buitenmuren maximaal een halve centimeter breed te maken kunnen de muizen er al niet goed doorheen komen. Gaten en kieren in muren en bij deuren dienen dicht gemaakt te worden. Men moet ook voorkomen dat er veel rommelhoeken in huis ontstaan. De muizen zien dat als een schuilplaats en kunnen zich dus daar gaan vestigen.
Het aanbod aan voedsel voor de muizen zo veel mogelijk voorkomen. Dat kan men doen door afval in gesloten bakken te doen. Bij dierverblijven dienen de voedselresten 's avonds opgeruimd te worden, anders komen er huismuizen op af.
Als men toch goederen op slaat kan dit het beste gebeuren in een loods die vrij is van wanden. Het is echter verstandig om langdurige opslag te vermijden. Zijn ze toch voor een redelijk lange tijd opgeslagen dan is het verstandig om een periodieke inspectie uit te voeren. Zo worden de goederen regelmatig nakeken of er sporen van de muizen te zien zijn.
Worden er goederen of grondstoffen aangevoerd dan dienen zij ook uitvoerig geïnspecteerd te worden.
Indien nodig kan er contact opgenomen worden met de (huis)eigenaren door gemeentelijke dienst bouw- en woningtoezicht over de te nemen maatregelen.