Biologie Hommels (Bombus).

Inleiding:
Er zijn ongeveer 300 verschillende soorten hommels bekend, waarvan de meeste in gematigde gebieden in Europa, Noord-Amerika en Azië leven. Hommels zijn sociale insecten. Dit wil zeggen dat er in meer of mindere mate wordt samengewerkt. Een hommelvolk bestaat uit enkele groepen, die elk een verschillende taak hebben. Aan het hoofd van elke groep staat een koningin. In Nederland en België komen ongeveer 20 soorten voor. Hommels zijn groter dan andere bestuivende insecten, daardoor bezoeken ze meer verschillende planten. Het klimaat heeft invloed op het gedrag van de hommel. Bij een lage temperatuur blijven ze actief, bij een hoge temperatuur dus niet.

Uiterlijk:
Hommels zijn te herkennen aan hun grote omvang en hun dikke, harige vacht, die meestal opvallend gekleurd is. Ze hebben twee paar vleugels, het voorste paar is veel groter dan het achterste paar. Onderling zijn hommels vaak heel moeilijk te onderscheiden.

De Aardhommel:
De aardhommel, is een van de meest voorkomende hommelsoorten is Nederland. Aardhommels zijn zwart met een witte of vuilwitte achterlijfspunt. Het gehele borststuk is vrij kort en regelmatig behaard. De aardhommel heeft een kleine brede kop en een korte kop.

Biologie van de aardhommel:
In het voorjaar verlaat de koningin haar overwinteringplaats en gaat op zoek naar een geschikt nest. In het nest maakt de koningin een voorraadpot voor de honing, brengt stuifmeel bijeen en legt daarop de eerste eieren. Na de geboorte van de eerste werksters legt de koningin zich meer en mee toe op het leggen van eieren, terwijl de werkster het voeren van larven en het verzamelen van voedsel voor hun rekening nemen. Het volk breidt zich verder uit. Uiteindelijk ontstaan nieuwe koninginnen, de oude koningin is dan meestal al dood. De jonge koninginnen paren en zoeken daarna een goede plaats om te overwinteren.

Hommelsteken:
Hommels worden aangetrokken door bepaalde kleur en reukstoffen. Hommels zijn niet agressief en steken zelden. Bij een eerste hommelsteek is er vaak geen erge irritatie meestal alleen een klein beetje jeuk. Sommige mensen ontwikkelen bij de tweede of latere keer dat ze gestoken worden een overgevoeligheidsreactie. Dit kan leiden tot jeuk over het gehele lichaam, roodheid, blaartjes, misselijkheid e.d. In dergelijke gevallen is het beste om meten de dokter te waarschuwen.


Terug