Biologie Graantrips (Limothrips cerealium Haliday).

Algemeen:
Deze insecten worden ook wel eens onweersbeestjes genoemd en ze komen algemeen voor.

Uiterlijk:
De graantrips zijn zeer klein, namelijk maar 1,5 mm . Naar verhouding hebben ze een grote kop met stekend-zuigende monddelen. Het mannetje van deze soort is ongevleugeld. Ze hebben 2 paar vliezige vleugels die zeer smal zijn en maar weinig aderen hebben. Aan de voor- en achterrand zijn ze dik bezet met borstelharen, die erg lang zijn.

Leefwijze:
Ze komen algemeen voor op granen en grassen. Er komen twee generaties per jaar voor. De volwassen wijfjes van die tweede generatie gaan soms in de nazomer in grote aantallen "zwermen". In de winter moeten ze overwinteren. Dat geschiedt als een volwassen insect onder een boomschors, in graspollen, oppervlakkig in de grond in huizen of op andere verborgen plaatsen.


Terug