Uiterlijk: De broodkever is een 2- 4 mm lang, ovaal gevormd, fijn behaard, bruin kevertje. De dekschilden vertonen fijne lengtestrepen, terwijl de kop enigszins schuil gaat onder het borstschild. De larven zijn 0,5 -5 mm groot, wit met een donkere kop.
Ontwikkeling en leefwijze: De kever neemt geen voedsel op. De kever legt 50 - 60 eieren op of in de nabijheid van geschikt voedsel. De larven komen bij een temperatuur van 18 graden Celsius na 28 dagen uit de eieren te voorschijn. Deze jonge larven, die ca. na 1 week zonder voedsel kunnen, gaan op zoek naar geschikt voedsel. Hun geringe afmetingen stellen hen in staat door zee nauwe spleten en kieren in verpakte levensmiddelen door te dringen. Na de eerste vervellingen zijn de larven veel minder beweeglijk, zij liggen dan c-vormig gekromd in holletjes, welke zij in het voedsel hebben geknaagd.
Na 4 vervellingen te hebben doorgemaakt zijn de larven volwassen en ca. 5 mm lang, zij maken dan een cocon van voedseldeeltjes en speeksel. In deze cocon vindt de verpopping plaats.
Bij een temperatuur van 18 graden bedraagt de ontwikkelingsduur van de larven ca. 120 dagen.
De totale ontwikkelingsduur van ei tot kever is bij 18 graden ongeveer 7 maanden, bij 26/27 graden ongeveer 2 - 2,5 maand. In onverwarmde ruimten kan men op 1 generatie per jaar rekenen.
De ontwikkeling staat in de winter vrijwel stil. In verwarmde ruimten treden 2 - 3 generaties per jaar op.
Bij 15 graden of lager staat de ontwikkeling volledig stil.
Schade: De kever is onschadelijk, doch de larve is des te schadelijker. De larve ontwikkelt zich in allerlei plantaardige producten die lange tijd onaangeroerd blijven liggen (bv. vergeten voorraadjes droge levensmiddelen).
Aangetast worden o.a. droge bakkerijproducten, brood en beschuit, verder veekoeken, perskoeken, hondenbrokken, macaroni, vermicelli, soepblokjes, granen, maar ook meel, cacaopoeder, gedroogde gist. Ook gedroogde plantedelen als kruiden, tabak en herbariummateriaal worden aangetast. Vergiftigd graan als lokaas voor ratten of muizen is evenmin veilig voor de larve van de broodkever.
In vast materiaal kan de aantasting goed worden geconstateerd door dicht bij elkaar liggende cirkelronde, speldenknopgrote gaatjes, gevormd door de uitvliegopening van de kever.
Breekt men dit materiaal, dan vindt men daarin korte boorgangen van de larve en de ovale holten waarin larven, poppen of bij de vervelling afgeworpen huidjes.
In losser materiaal of poedervormige stoffen kan de aantasting worden geconstateerd door de aanwezigheid van cocons, die zich meestal bevinden aan het onderste deel van de wanden of op de bodem van het zakje of de bussen, waarin dit materiaal is verpakt, zodat men deze pas vindt nadat men ze heeft leeg geschud.