Biologie Blinde bij = rattenstaartlarven (Eristalis).

Algemeen:
De blinde bij behoort tot de familie der zweefvliegen (syrphidae), een familie behorende tot de orde der tweevleugelige insecten of vliegen (diptera). Zweefvliegen zijn over het algemeen bloemen bezoekende insecten, welke zich voeden met honing en stuifmeel. De vrouwtjes van de meeste soorten leggen hun eieren bij bladluizenkolonies. De larven zijn roofdieren die zich voeden met bladluizen en andere kleine insecten. Er zijn ook zweefvlieglarven die levende plantedelen of organisch afval en micro-organismen eten. Zij behoren tot de onderfamilie der Eristalinae, waarvan de blinde bij, Eristalis tenax L. de meest bekende en algemeen voorkomende soort is. De blinde bij lijkt op de honingbij en dankt haar naam hieraan. Blind is gelijk doof, zoals bedoeld bij de dovennetel.
Het betekent dus ongewapend; in dit geval niet stekend.

Leefwijze:
De blinde bij legt haar eieren in het voorjaar in door mest sterk verontreinigde poeltjes. Men vindt de larven, rattenstaartlarven genoemd, dan ook vaak in drijfmestkelders en in stagnerend water bij mesthopen. De larven voeden zich met bacteriën en organisch afval. Door middel van de lange ademhalingsbuis die ze boven de oppervlakte houden, voorzien de larven zich van zuurstof. De verpopping vindt plaats op een droge plek op het land. Ze verlaten hiertoe de voedselbron. Deze trek naar een verpoppingplek vindt plaats in de zomer, bij ons in de maanden juli en augustus. Na ca. twee tot drie weken komt het volwassen insect uit een pop.
Blinde bijen ziet men in de zomer en in de lente veel op allerlei bloemen.
De overwintering geschiedt als volwassen insect. Verwarring met de honingbij is uitgesloten als men op een aantal vleugels let. De honingbij, Apis mellifera L., behoort tot de orde der vliesvleugelige insecten (hymenoptera) en heeft twee paar vleugels.
Vliegen hebben één paar vleugels.


Terug