Algemeen: Vleesvliegen komen overal voor. Deze vliegen zijn soms zo groot als de gewone kamervlieg, maar zijn vaak groter. Zij zijn metaalblauw of groen van kleur. De blauwe vleesvlieg is een van de meest voorkomende soorten.
Ontwikkeling en leefwijze: Vliegen hebben een volkomen gedaantewisseling. Het wijfje legt honderden eieren op dode dieren, ook wel op rauw vlees in de keuken. De eieren komen na een dag uit. De larven of maden verpoppen na 6 - 12 dagen; het popstadium duurt 8 - 13 dagen. De vliegen leven ongeveer 5 weken. Onder natuurlijke omstandigheden vindt de verpopping in het algemeen plaats onder de grond. In gebouwen zullen ze een donkere, geschikte schuilplaats zoeken. De larven van de meeste vleesvliegen zijn alleseters. Zij leven in kadavers, dierlijk uitwerpselen en soortgelijke materialen. De vliegen kunnen de materialen op grote afstanden ruiken. De meest voorkomende soorten vindt men op dode dieren, waar zij hun eieren in leggen. De uit eieren komende larven voeden zich met de rottende weefsels van het dode dier. Op die wijze vervullen deze insecten een waardevolle functie bij het opruimen van kadavers in de natuur.