In onze Nederlandse Taal gebruiken we veel spreekwoorden en gezegden die met ons vakgebied te maken hebben. Wij maakten voor u een overzicht. Klik op het dier waar u de gezegden van wilt zien.

             
             
             
            
               
             
                 
             



Wij hebben veel materiaal mogen gebruiken van Hein Bijlmakers.
Hij is actief op het gebied van insecten o.a. spreekwoorden en gezegden.


Beest
Hij heeft een beestje na een feestje.
Hoe groter geest, hoe groter beest.
De beest uithangen.
Het beest bij zijn naam noemen.
Iemand beest maken.
Bij de beesten af.
Wat een beestenbende.
Het beestje moet toch een naam hebben.
Het is de aard van het beestje.
Of je 'm nou Fikkie noemt of Keesje, het is en blijft hetzelfde beestje.

naar boven

Bijen
Als de bijen naar huis toe vluchten, zit er regen aan de luchten.
Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.
Wie de honing wil uithalen, moet het steken der bijen verdragen.
Zwiert hier en daar in mei een bij, dat maakt de landman het harte blij.
De bezige bij heeft geen tijd voor verdriet.
Voor de bij is alles honing, voor de slang alles gif.
Een bij heeft het nooit zo druk als het wel schijnt, maar ze kan nu eenmaal niet langzamer zoemen.
De bij en de slang zuigen vaak honing uit één en dezelfde bloem.
Wat niet goed voor de korf is, is niet goed voor de bij.
Kunstenaars moeten zich opofferen aan hun kunst. Als bijen moeten zij hun leven leggen in de steek die zij geven.
Sint Petrus (29 juni) helder en klaar, is een goed iemenjaar (= bijenjaar).
Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.
Waar de bij honing uit zuigt, zuigt de spin vergif uit.
Waar de bij honing uit zuigt, zuigt een pad venijn.
Bijen en horzels breken het spinnenweb.
De bij bevrucht de bloem die zij berooft.
Praten over "de bloemetjes en de bijtjes".
Bijen zuigen honing uit de bloemen en zoemen hun dank bij het heengaan.
Er was een bij te 's-Gravenhage die antwoord wist op alle vragen.
De vrouw zuigt steeds nieuwe levenskracht uit de liefde, zoals de bijen de honing uit de bloesems.
Beter een handvol bijen dan een korf vol vliegen.
Eén honingbij is beter dan duizend wespen.
Woorden zijn als bijen. Ze hebben honing maar ook een angel.
"Lief bijtje", zei de bij, "wil je met mij vrije", "wacht even", zei de bij, "ik ben zo bij je".
Toen moe moe van de was was, zag ze zeven vliegen vliegen, maar er was èèn bij bij.
De imker was bijziende.
De bijenvriend die heeft zo net, het beestje onder druk gezet.

naar boven

Divers
Stinken als een bunzing.
Wie de mens kent leert de dieren.
Liefhebben 't is een lekker diertje.
Elk diertje zijn pleziertje.
Uit het Latijn: Men moet de vijandschap van hen die ons kwaad kunnen doen niet uitlokken.
Het gesjirp van de krekel en het gekletter van de regen komen door het donker tot mij als ritselende dromen uit mijn voorbije jeugd.
Wanneer de nachtegalen stoppen met zingen, beginnen de krekels te sjirpen.
Niet alle gaten in de kaas worden door maden gemaakt.
Dit weekend ging een groepje maden in Scheveningen pootje baden.
Er zijn hier heel wat maden bij die made zijn in Germany".
En de Heer sprak tot Mozes: "Strek uw hand uit over Egypte, dan zullen de sprinkhanen erop neerstrijken.
Uit de rook streken sprinkhanen op de aarde neer, en aan hen werd de macht gegeven zoals de schorpioenen op aarde macht hebben.
Deze vier zijn de kleinste op aarde, doch zijn bovenmate wijs: de mieren zijn een volk zonder kracht, toch bereiden zij hun spijs in de zomer; de klipdassen zijn een machteloos volk, toch maken zij hun woning in de rots; de sprinkhanen hebben geen koning, toch trekken zij gezamenlijk in goede orde op; de hagedis kan men met de hand grijpen, toch is zij in des konings paleizen.

naar boven

Duif
Wat een grijze duif.
Onder iemands duiven schieten.

naar boven

Duizendpoot
Hij is een duizendpoot.

naar boven

Hommels
De hommel in het hoofd hebben.

naar boven

Kakkerlakken
Kakkerlakken hebben niets te maken in het kippenhok.
Kakerkaker no ha bestel na hundu sji cot.
Hij springt als een kakkerlak.

naar boven

Kevers
De coloradokever Leptinotarsa decemlineata: Prachtig beest, prachtig beest!!!
In de ogen van zijn moeder is iedere kever een gazelle.
Men kan beter een jong meikever zijn dan een oude paradijsvogel.
De mensen kennen de wereld niet om dezelfde reden waarom meikevers de natuurlijke historie niet kennen.
Ook de mestkever lijkt mooi in de ogen van zijn moeder.
De mestkever is een sultan in zijn rijk.

naar boven

Luizen
Beter een luis in de pot dan helemaal geen vlees.
Een leven hebben als een luis op een zeer hoofd.
Hij heeft een luize baantje.
Hij is de luis in de pels.
Wat van apen komt wil luizen.
Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen, (maar wie zich niet verschoont krijgt luizen als kamelen).
Als een luis op een teerton.
Iemand een luis in de pels zetten.
Leven als een luis op een zeer hoofd.
Zitten alsof men een luis in zijn oor heeft.
Een luizenleven leiden.
Hongerige luizen bijten scherp.
Uit de luizen zijn.
Zijn eigen luizen bijten hem.
Er zijn rozenkwekers die zich meer met bladluizen bezig houden dan met rozen.
Na de donkere zes weken, lengen de dagen eerst met een tuimelet van een luis en daarna met een spronk van een vlo.
Iemand een schaamluis in de pels poten.
Hij zit in de luizen.
Zo arm als een luis.
Zo kaal als een luis.
Hoe komt een schaap aan luizen!
Hoe komt een arm mens aan luizen.
Men kan een luis niet meer benemen dan het leven.
Men kan van een luis niet meer nemen dan zijn leven.
Hongerige luizen bijten scherp.
Magere luizen bijten het hardst.
Hij heeft nog geen luis om dood te drukken.
Zo veeg zijn als een luis op een kam.
Vertrek met je luizen.
Een luizenbos hebben.
Hem loopt een luis over de lever.
Hij wordt van de luizen opgevreten.
De luizenkam erdoor halen.
Hij heeft een luizenpaadje in zijn haar.
Er kan geen luis over zijn lever lopen of hij reageert.
Zoek geen luis in een schoon hemd.
Dat is een hongerige luis.
Reizen is leerzaam, zei Krelis, en hij zette de schaamluis op z'n hoofd.

naar boven

Mieren
Ga tot de mieren gij luiaard, en word wijs.
Zo arm als de mieren.
Zo druk als de mieren.
Mierenneuken.
Bij de mieren zijn.
Zit niet zo te mieren.
Zo arm als de mieren.
Niemand spreekt beter dan de mier, en zij zegt niets.
De mieren trekken nooit naar lege schuren.
De mieren trekken nooit naar een lege mierenhoop.
Al was uw vijand slechts een mier, ontzie hem als een grouwzaam dier.

naar boven

Mol
Zo blind als een mol.
Zo dik als een mol
Er is een mol in de onderneming.

naar boven

Motten
Zoals een mot een kleed opknaagt, zo verteert afgunst een mens.
De mot in de maag hebben.
Gelijk uit de klederen motten voortkomen, alzo komt van de vrouwen veel kwaad.
De mot zit erin.
Ja, wat at de mot voordat er oude jassen waren...
De mot vliegt in het licht van de lamp, omdat het diertje de pijn van het verbranden niet kent.

naar boven

Muggen
Dansen de muggen in januaar, dan wordt de boer een bedelaar.
De mug vliegt net zo lang om de kaars, totdat hij zijn vleugels zengt.
Een winterse mug heeft vaak een natte rug.
Met een kanon op een mug schieten.
Van een mug, een olifant maken.
De mug uitzijgen en de kemel doorzwelgen.
Hij is een muggenzifter.
Een adelaar vangt geen muggen.
Zeker, een rekenmachine is een wonder, maar nog altijd iets kleiner dan een mug.
Met een kanon op een mug schieten.
Waar de wesp door vliegt, daar blijft de mug hangen.
De kleinsten hebben de grootste levensruimte: muggen bijvoorbeeld.
Als door een mug gestoken, vloog hij op.
Als de muggen dansen, krijgen we regen.
Als de muggen dansen gaan, dan is 't met regenen gedaan.
Blinde leiders, die de mug uitzuigen en de kemel doorslikken.
Neem uw staf in de hand en sla op het stof op de grond: het zal in heel Egypte in muggen veranderen.
De mug die om de kaars zweeft, 't is wonder zo die lang leeft.
Och, mijn plannen, och, mijn dromen! 't Rijk der muggen is gekomen, en de vliegen zonder tal, geven in mijn zonnig huisje, in mijn warm en stoffig kluisje, wesp en bij haar zomerdal.
Neem geen sabel om een mug te doden.

naar boven

Muizen
Als de kat van huis is dansen de muizen op tafel.
Als katten muizen miauwen ze niet.
Er vanonder muizen.
Zelden een schuur met koren zonder muizen.
Muizenissen in het hoofd hebben.
't Is een slechte muis, die maar één hol heeft.
't Is muis als moer, een staart hebben ze allemaal.
't Muist, wat van de katten komt.
Alle beetjes helpen, zei de muis, en hij piste in zee.
Als de muis genoeg heeft, dan is het meel bitter.
Als het schip lek is, springen de ratten overboord.
Als een muis (rat) in de val zitten.
Dat muisje zal een staartje krijgen.
De berg heeft een muis gebaard.
De muizen dansen om de meelton, als de kat van huis is.
De muizen vallen er dood voor de broodkast.
Een muizenmaaltijd houden.
Hij heeft muizennesten in zijn hoofd.
Hij speelt ermee als de kat met de muis.
Ik heb er een muisje van horen piepen.
Kat en muis spelen.
Met man en muis vergaan.
Zo arm als een kerkmuis.
Zo stil als een muis
't Muist wat van katten komt.
Lopen als een muis in een meelton.
Zo kaal als een kerkmuis.
Zo stil als een muis.
Er een Muisje van hebben horen piepen.
Met spek vangt men muizen.
Met iemand spelen als de kat met de muis.

naar boven

Mus
Iemand blij maken met een dode mus.
De mussen vallen dood van het dak.

naar boven

Ratten
Een kale rat.
Hij zit als een rat in de val.
Van de ratten besnuffeld zijn.
Zo gek als een rat met één oor.
De ratten verlaten het zinkende schip.
Een oude rat loopt niet licht in de val.
Zo arm als een kerkrat.
Zo kaal als een rat.

naar boven

Rupsen
Ik wil je nemen 's nachts omringd door lichtgevende rupsen en met het lied van insecten alom in het bos.
Mi ke tumabo den anochi ku bichi di kandela rònt'i nos ku mondi yen di krkinan su melodia.
Het is een rups van een kind.
Een kind, dat nog niet gaan, maar slechts kruipen kan.
De rups dient in de pop gedood.
Een rups op de kool, een hoer in huis.

naar boven

Slakken
Als de slakken kruipen gaan, is 't met het mooie weer gedaan.
Een slak en een haas hebben op de zelfde dag nieuwjaar.
Iets met een slakkengang afmaken.
Men moet niet op alle slakken zout leggen.

naar boven

Spinnen
De bloem waar de bij honing uit zuigt, daar zuigt de spin venijn uit.
Een spin in de morgen, brengt altijd zorgen.
Zo nijdig als een spin.
Een spin in de morgen brengt kommer en zorgen.
Een spin in de avond is verkwikkend en lavend.
Als de ragebol rust, dan werkt de spin.
Hem is geen spinnenweb voor de mond gewassen.
Het is bij de wilde spinnen af.
Er geen zijde bij spinnen.
De vlas is niet te spinnen.
Het is goed spinnen van een andermans garen.
Waar de bij honing uit zuigt, zuigt de spin vergif uit.
Spinnenkoppen zijn noch geen struisvogels, al hebben ze lange poten.
Als de spinnen vlijtig buiten weven, zullen we mooi weer beleven.
Maakt de spin in het web een scheur, dan klopt storm aan de deur.
Bijen en horzels breken het spinnenweb.
De machtigen kunnen zich veel veroorloven, maar de kleine man wordt gepakt.
Wetten zijn als spinnenwebben, die misschien kleine vliegen kunnen vangen, maar waar de wespen en de horzels doorheen breken.
Men moet de horzels niet tergen.
Het kwaad moet in de beginselen gestuit worden.
Wat de een hemelhoog prijst, keurt de ander ten stelligste af.
Het spinnenweb geeft voor dauwdroppen te vangen en vangt vliegjes.
In het web gevangen zijn.
Zo fijn als spinrag.

naar boven

Vleermuis
Vliegt de vleermuis 's avonds rond, dat brengt mooi weer in de morgenstond.

naar boven

Vliegen
Je zal maar een eendagsvlieg zijn en je dag niet hebben.
Men vangt meer vliegen met honing dan met azijn.
Onder het vliegen wassen de vleugels.
Twee vliegen in één klap slaan.
Vliegen op Kerstdag de muggen rond, dan dekt op Pasen het ijs de grond.
Een vlieg afvangen.
Geen vlieg kwaad doen.
Vlieg wil ook Vogel zijn.
Ik ben hier niet om vliegen te vangen.
Ze zien vliegen.
Toen moe moe van de was was zag ze zeven vliegen vliegen, maar er was èèn bij bij.
Op de magerste paarden vallen de meeste vliegen aan.
De grote vliegen breken door het spinnenweb, maar de kleine blijven erin hangen.
Men vangt meer vliegen met een druppel honing dan met een vat azijn.
Men vangt meer vliegen met een lepel stroop dan met een vat azijn.
Met azijn vangt men geen vliegen.
In de nood eet de duivel vliegen.
Als achter vliegen vliegen vliegen vliegen vliegen vliegen achterna.
Een vlieg wil ook vogel zijn.
Opvliegen als een bosje vliegen.
De eendagsvliegen der kunst omzweven ons als een nevel die de zon verduistert.
Het gif der slangen steekt in de tand; het gif der steekvliegen in de kop; het gif der schorpioenen in de staart; maar de boze mens is over zijn ganse lichaam gif.
Want als U mijn volk niet laat gaan, laat ik steekvliegen komen over U.
Een vlieg is even ontembaar als een hyena.
Op een kokende pot gaan geen vliegen zitten.
Als er een vlieg op het voorhoofd van uw vriend zit, verwijder die dan niet met een bijl.
Iemand een vlieg afvangen.
Niets afslaan behalve vliegen.
En zo ploegen we verder, zoals de vlieg tegen de os zei.
Het leven van de mens op deze wereld is als het leven van een vlieg in een kamer gevuld met 100 jongens, allen gewapend met een vliegemepper.
Vrees hem die u vreest, al is hij ook een vlieg en zijt gij een olifant.
Men heeft het geluk zo vast in de hand als een handvol vliegen.
Een arend vangt geen vliegen.
Magere vliegen bijten het hardst.
Het spinnenweb geeft voor dauwdroppen te vangen en vangt vliegjes.
Een dode vlieg bederft de beste parfum.
Als je één vlieg doodt, komen er tien op de begrafenis.
Dode vliegen doen de zalf stinken.
Zelfs de leeuw moet zich tegen vliegen weren.
Beter een handvol bijen dan een korf vol vliegen.
Wetten zijn als spinnenwebben, die misschien kleine vliegen kunnen vangen, maar waar de wespen en de horzels doorheen breken.
De vlieg die niet gemept wil worden, zit het veiligst op de mepper.
Och, mijn plannen, och, mijn dromen! 't Rijk der muggen is gekomen, en de vliegen zonder tal, geven in mijn zonnig huisje, in mijn warm en stoffig kluisje, wesp en bij haar zomerdal.
Men heeft opgemerkt dat van alle dieren de vrouwen, de vliegen en de katten de meeste tijd aan hun toilet besteden.
De sterren zijn niet bang vuurvliegjes te lijken.

naar boven


Vlinders
Je zal maar een eendagsvlinder zijn en je dag niet hebben.
Vlinders in de buik hebben.
De bonte vlinder is er zeker van dat de bloemen hem dank verschuldigd zijn.
Vele mensen zijn lieve vlindertjes buiten, maar lastige bromvliegen thuis.
Herinneringen zijn insecten: vlinders of wespen.
Lasteraars zijn nachtvlinders: zij houden van de duisternis en zwermen om het licht.
Er zijn veel vlinders die ontkennen eerst rups te zijn geweest.
Een paar rupsen zullen we wel moeten verdragen, als we ooit vlinders willen zien.
Ça est un rups, et ça vas manger, et poef: "butterfly".
Illusies zijn de vlinders van de lente van het leven.
Bij de insekten wordt de rups tot vlinder, maar bij de mensen is het omgekeerd: de vlinder wordt tot rups.
Spreekwoorden zijn als vlinders sommige worden gevangen, andere vliegen weg.
Het geluk is een vlinder en niet gemakkelijk te vangen.
Bijen zuigen honing uit de bloemen en zoemen hun dank bij het heengaan. De bonte vlinder is er zeker van dat de bloemen hem dank verschuldigd zijn.
Vele mensen zijn lieve vlindertjes buiten, maar lastige bromvliegen thuis.
Een vlinder telt haar tijd niet in maanden, maar in momenten. Maar zij heeft tijd genoeg.
De vlinder telt geen maanden doch momenten en heeft tijd genoeg.
Geluk is als een vlinder. Hoe meer je er op jaagt, hoe verder hij zich van jou verwijdert. Maar als je rustig blijft zitten en je aandacht aan andere dingen besteedt, komt hij vanzelf op je schouders zitten.
Eens op een dag droomde ik, Zhuang Zi, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met zichzelf, en zich niet bewust dat ze mij was. Plotseling werd ik wakker en begon me er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhuang Zi was. Nu is de vraag of ik Zhuang Zi ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was. Toch bestaat er noodzakelijkerwijs een verschil tussen mij en die vlinder. Dat noemen we dan maar de Verandering der Dingen.

naar boven

Vlooien
Vlooienfilms.
Men kan beter op een zak met vlooien passen dan op een jonge meid.
De aap vlooien.
Hongerige Vlooien bijten scherp.
Vis eten doet een mens springen als een vlo.
Vlooien weten niet of ze zich op het lichaam van een reus of van iemand van normale grootte bevinden.
Als je je maar lang genoeg niet wast, laten zelfs de vlooien je met rust.
Het is een dappere vlo die zijn ontbijt durft eten op de lip van een leeuw.
Wie met honden slaapt, zal met vlooien opstaan.
Het is gemakkelijker om honderd vlooien te bewaken dan één jong meisje.
Men kan beter op een zak met vlooien passen dan op een jonge meid.
Na de donkere zes weken, lengen de dagen eerst met een tuimelet van een luis en daarna met een spronk van een vlo.
Magere vlooien bijten het hardst.
Wie met honden omgaat, krijgt vlooien.
De ene hond verwijt de andere dat hij vlooien heeft.
Men wordt het hardst gebeten door zijn eigen vlooien.
Een vlo in het oor hebben.
Een vlo in maart is een daalder waard.
Een vlo in de zon, 'nen aap op de ton, en een stoute maagd, scheid ervan eer ge 't u beklaagt.
Stof vliegt niet op omdat een vlo erin rondspringt.
Vlooien, geduld, de nacht is lang.
Als een vlo geld heeft, koopt zij haar eigen hond.
Alles is maar een wetenschap, behalve vlooien vangen, dat is maar een gauwigheid.
Die met honden te bed gaat, staat met vlooien op.
De ene hond verwijt de andere dat hij vlooien heeft.
Hoe meer haren de hond, des te meer vlooien.
Hoe ruiger de hond, des te meer vlooien.
Het zijn niet de vlooien van de hond die de katten doen miauwen.
Een hond in een hok blaft tegen zijn vlooien een jachthond voelt die niet.
Zelfs een goede hond heeft vlooien.
Een vlo kan een leeuw meer lastig vallen dan een leeuw een vlo.
Het is of de vent gek is, zei Tijs, en hij zag een vlo capriolen maken.
Dat is een mooie bruinvis, zei de jongen, en zag een vlo in een emmer water zwemmen.
Een hemd vol vlooien.
Niets met haast dan vlooien vangen.
Als vlooiende vlooien vlooiende vlooien vlooien, vlooien vlooiende vlooien vlooiende vlooien.

naar boven

Wespen
De handen in een wespennest steken.
Hij steekt zich in een wespennest.
Zijn de wespen niet in rust, dan is er stormweer op de kust.
Het zijn de slechtste vruchten niet waaraan de wespen knagen.
Waar de wesp door vliegt, daar blijft de mug hangen.
Herinneringen zijn insecten: vlinders of wespen.
Als door een wesp gestoken zijn.
Een wespetaille hebben.
Je in een wespennest steken.
Hij heeft wespen in de kop.
Wetten zijn als spinnenwebben, die misschien kleine vliegen kunnen vangen, maar waar de wespen en de horzels doorheen breken.
Mijn markante kop trekt klappen aan zoals een jampot wespen.
Eén honingbij is beter dan duizend wespen.

naar boven

Worm = pier
Hij is zo dood als een pier.
Hij zet een gezicht als een oorworm.
Bibliothecarissen houden niet van boekenwurmen, omdat ze zonder bewijs van lidmaatschap boeken verslinden.
Wie ondervonden heeft, hoe merkwaardig donker de nacht soms kan zijn, weet ook, wat een licht een enkele glimworm in een bosje kan werpen.
De glimworm ziet dat het ochtend wordt en dooft zijn zwakke gloed.
Het maakt alle verschil of je een insekt in de slaapkamer hoort of in de tuin.
Wij zijn allen ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overigen zijn insecten.

naar boven


Terug